maandag 30 januari 2012

IFFR 2012: In de wereld van Kaurismäki bestaan geen computers

DJB Report: Filmfestival Rotterdam 2012: In de wereld van Kaurismäki bestaan geen computers

Aan interviews heeft de Finse regisseur Kaurismäki een gruwelijke hekel. Net als aan Hollywood en alles wat naar commercie riekt. Toch wordt zijn nieuwe film Le Havre een kassucces.

Finnen houden van een drankje. Dat stereotiepe beeld wordt afgelopen vrijdag weer eens bevestigd op het Rotterdamse filmfestival. De beroemde Finse regisseur Kaurismäki komt langs voor een halfuur durend interview, voorafgaand aan zijn nieuwe film Le Havre in een uitverkocht Luxor. De 800 filmliefhebbers in de zaal zijn er klaar voor, de drie cameramensen zijn er klaar voor en de schuchtere jonge interviewster ook. Maar als Kaurismäki uiteindelijk met brandende sigaret het podium op strompelt, is het tien voor acht en heeft de morrende zaal er inmiddels niet meer zo zin in. Zeker niet als blijkt dat de Finse cineast geen twee zinnen rechtuit kan spreken omdat hij overduidelijk een wijntje teveel op heeft. “Why don’t you stop insulting me”, bromt Kaurismäki tegen de journaliste als die haar vraag begint met “you are a Finnish director who…”, Met de minuut wordt dit als Big Talk aangekondigde interview pijnlijker. Onder gejoel verlaat het tweetal uiteindelijk het podium en kan Le Havre beginnen. Keurig op tijd.

In tegenstelling tot de maker heeft zijn film wel een opgewekte en nuchtere boodschap: er zijn nog altijd genoeg goede mensen in de wereld. En als die de handen ineenslaan, kan het best nog wat worden. Le Havre is de opvolger van de met een Oscar genomineerde The Man Without A Past uit 2002. Als je die niet kent heb je misschien het uitzinnige Cowboys Go America gezien, waarin de fictieve rockband Leningrad Cowboys de VS probeert te veroveren.

Nostalgie

De tijd lijkt in Kaurismäki’s wereld te hebben stilgestaan. Alles ademt nostalgie in Le Havre. Bakelieten telefoons, formica keukentafels en ribfluwelen bankstellen beheersen zijn filmsets. Ook nu weer. Maar de problemen in Le Havre zijn wel hedendaags. Als er uit een door de politie omsingelde zeecontainer een jonge Afrikaanse asielzoeker ontsnapt, volgt een klopjacht. Hoofdpersoon Mark loopt de knul toevallig tegen het lijf. Hij wil de hongerige tiener helpen, maar kan zelf nauwelijks zijn broek ophouden. Hij is maar schoenlapper en zijn vrouw ligt in het ziekenhuis met kanker. Bovendien is de politie-inspecteur (zwarte jas, gleufhoed en snor) hem al snel op het spoor. Maar dan ineens blijkt Mark toch een hoop vrienden te hebben.

Le Havre is (zoals we gewend zijn van de Finse meester) schitterend verfilmd in contrastrijke, kleurrijk gekaderde shots. De dialogen zijn sober en hebben dezelfde droge humor als de films van Alex van Warmerdam. Al is het natuurlijk eerder andersom. Van de 17 (!) films die Kaurismäki maakte, is dit een van de warmste en toegankelijkste. Al was het maar om de Franse taal, die toch wat prettiger wegluistert dan het onbegrijpelijke Fins.

Sprookje

Eigenlijk is Le Havre een modern sprookje. Maar het is ook een ode aan een Frankrijk dat we nog kennen van de Polaroidfoto’s van onze ouders. En het is een sociale aanklacht over hoe we omgaan met mensen die het minder getroffen hebben. Over al dat soort zaken had Kaurismäki vanavond een halfuur kunnen praten in een zaal vol mensen. In plaats daarvan liet hij zijn beelden spreken.

Le Havre

http://www.imdb.com/title/tt1508675/?licb=0.2831217786297202

trailer: http://www.youtube.com/watch?v=jkBAj-ZevbU

Le Havre draait vanaf twee februari in de reguliere bioscopen. Op het filmfestival is hij dinsdag 31 januari nog te zien. Maar die voorstelling is uitverkocht.

maandag 8 februari 2010

Filmfestival Rotterdam: Afgescheurde filmkaartjes tellen

Filmfestival Rotterdam: Afgescheurde filmkaartjes tellen

monday | 11:00:00 | 08.02.10

Minder zalen, meer bezoekers. In Rotterdam was er de afgelopen tien dagen weinig te merken van een financiële crisis. Het internationale filmfestival zag een stijging van het aantal bezoekers. Opvallend als je weet dat de organisatie minder zalen tot zijn beschikking had.

In Rotterdam kun je vanaf maandag weer gewoon naar Avatar 3D en Sherlock Holmes in de Pathé aan het Schouwburgplein. Geen Iraanse politieke films, Chinese plattelandsdrama's of Roemeense drugsverhalen meer, maar gewoon popcorn en Hollywoodvermaak. Het Internationale Filmfestival 2010 zit er op.

Nog weken zal ik afgescheurde filmkaartjes uit mijn broekzakken peuteren, goed voor korte flashbacks naar mijn wereldreis in de filmstoel. Ik heb uitgerekend dat ik films uit maar liefst 21 verschillende landen zag. De meest verrassende film (Dogtooth) kwam uit Griekenland, de meest originele uit Japan (Symbol). Toch is dat laatste filmland zijn voortrekkersrol de laatste jaren kwijtgeraakt, zo bleek in Rotterdam maar weer eens. Zuid-Korea, daar moet je zijn voor vernieuwende Aziatische cinema.
Ook vanuit Spanje en Denemarken kwamen sterke films. Zo was het bikkelharde gevangenisdrama R een van de hoogtepunten uit de Tiger Awards-competitie. Die overigens werd gewonnen door drie andere films: Agua fría de mar, Mundane History en Alamar. Die laatste, gemaakt door de Mexicaanse cineast Pedro Gonzalez-Rubio, is een knap voorbeeld van een geslaagde no-budgetfilm.

Gewapend met een digitale camera en alleen vergezeld van een geluidsman reisde Gonzalez-Rubio af naar het prachtige Mexicaanse koraalrif Banco Chinchorro, waar hij de terug-naar-de-natuur idylle van een vader en zijn jonge zoontje vastlegde. Het leverde een intuïtieve en poëtische film op, gespeend van valse sentimenten.
Lang niet alle films die Rotterdam te zien waren zullen de Nederlandse bioscopen halen. Maar goed, een Zuid-Koreaanse, Roemeense of Spaanse dvd op het web scoren is tegenwoordig een fluitje van een cent.

Vijf filmtips

Dogtooth
Even verontrustend als hilarisch portret van een verknipte familie waarin vader zijn geheel eigen universum binnen het tuinhekje heeft geschapen. Buiten is de boze buitenwereld en dus off limits voor zijn drie tienerkids. De eerste rimpels in de zelf geschapen illusie verschijnen als er een buitenstaander in het huis wordt toegelaten. Interessante studie van de (soms verstikkend) hechte familiebanden in de Griekse samenleving. Dogtooth won terecht al een karrevracht aan filmprijzen. Vanaf 11 maart in de bioscoop.

Yo, Tambien
Terechte publieksfavoriet in Rotterdam over een onderwerp dat omgeven is door taboes: een liefdesrelatie tussen een jongen met Down-syndroom en een 'normale' vrouw. Met twee fantastische hoofdrolspelers en een script waar melodramatiek zorgvuldig vermeden wordt. Fijne feelgood-film, maar wel eentje die tot nadenken noopt.

R
Grimmig en bikkelhard gevangenisdrama van twee jonge Deense talenten. Michael Noer en Tobias Lindholm maakten gebruik van echte bajesklanten en mochten filmen in de beruchte (en inmiddels gesloten) Horsens-gevangenis. Hetgeen de authenticiteit van de film zeer ten goede komt. We zien hoe de jonge Rune langzaam wordt vermorzeld tussen de overige getatoeëerde alfamannetjes.

Lebanon
Geheel gefilmd in de binnenkant van een tank, deze beklemmende anti-oorlogsfilm van de Israëlische filmmaker Samuel Maoz. De buitenwereld komt alleen binnen via de spetterende walkie talkie of het vizier van de boordschutter. Door die gedurfde keuze voel je als kijker dezelfde angst en onzekerheid als de soldaten.

Symbol
Knotsgekke en hoogst originele film uit Japan, waar ze goed zijn in het verzinnen van bizarre situaties. In een spierwitte kamer ontwaakt een kerel gekleed in een gele pyjama met groene en blauwe stippen. Hij blijkt gevangen in een absurde droom. Door het drukken op babypiemels die uit de muur komen, kan hij wellicht een weg naar buiten vinden. Het tweede verhaal draait om een Mexicaanse worstelaar op leeftijd, luisterend naar de naam Escargot Man. Murakami op LSD en een cultfilm in wording.

Tiger Awards IFFR 2010

zaterdag 6 februari 2010

Filmfestival Rotterdam: Wilt u de totale gekte?

Filmfestival Rotterdam: Wilt u de totale gekte?

friday | 16:45:00 | 05.02.10

Japanners zijn gek. Dat vooroordeel wordt maar weer eens bevestigd met Symbol, de mafste film die je in Rotterdam kunt zien. Een man in een knalgele pyama drukt op babypiemels in de muur, op zoek naar de uitgang van zijn bizarre gevangenis.

Door René Passet

Wie Cinerama binnenwandelt, stapt een tijdmachine binnen. Het is seventies all over in de bioscoop aan de Westblaak. Zo heeft de knusse foyer een cirkelvormig plafond, waar gekleurde lampen voor een milde trip zorgen.

Hier en in het nabijgelegen Lantaren/Venster beleef je het filmfestival veel intenser dan in de koele wit/grijze bunker van Pathé aan het Schouwburgplein. Al was het maar omdat ze in Cinerama geen backstage hebben, waardoor je soms letterlijk opzij moet springen voor een voorbij rollende film, die door de projectorboys (en -girls) op grote spoelen over het tapijt worden geduwd.

Al jaren wordt er gesproken over sloop van Cinerama. Na het verdwijnen van andere Rotterdamse bioscopen als Thalia, Corso en Lumière domineert straks het eigeel in filmland, het schrikbeeld van veel cinefielen. Maar een sluitingsdatum van Cinerama durft drie jaar na de eerste geruchten niemand nog te noemen.

Dat geldt wel voor Lantaren/Venster, dat in september 2010 naar de andere kant van de Maasoever verhuist om op de Wilhelminapier een spiksplinternieuw gebouw in gebruik nemen. Moeten al die festivalbezoekers straks de Erasmusbrug over om een filmpje te pakken? Lijkt me niet praktisch.

Sauna
Voorlopig zijn het zorgen voor later en zitten de zalen van beide bioscopen deze dagen vol. Donderdag bleef mijn filmwereld echter beperkt tot zaal 6 van Pathé waar ik achter elkaar drie films van de Japanse regisseur Sai Yoichi zag. Ruim zeven uur film kijken is al pittig maar als vervolgens de klimaatinstallatie het ook nog eens begeeft, wordt het topsport. Bloedverziekendheet was het bij binnenkomst. De zaalwachten putten zichzelf uit in excuses. "De monteur is onderweg", heette het. En inderdaad, gaandeweg de dag zakte de temperatuur weer richting het aangename.

Van de Sai-films die ik tot nu toe zag was het malle martial arts avontuur Kamui het vermakelijkst (ninja's die op haaien jagen, je moet er maar op komen) en Blood & Bones het indrukwekkendst. In dat bijna drie uur durende familie-epos speelt de beroemde acteur Beat Takeshi een onuitstaanbare tiran van een vader. Een psychopaat die iedereen om zich heen misbruikt ten gunste van zichzelf. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal, wat deze nare maar imposante film des te schrijnender maakt.

Felgele pyama
Vrolijker werd ik van Symbol, de mafste film die ik in jaren zag. In een spierwitte kamer wordt een kerel wakker die gekleed is in een felgele pyama met groene en blauwe stippen. De man weet niet waar hij is of hoe hij in de kamer terecht is gekomen. Op de witte muur verschijnen plotseling babypiemeltjes, meer en meer. Als hij er op drukt, klinkt er een geluid en valt er een object in de kamer. Een grote vaas, eetstokjes, een strandstoel. De lijst is eindeloos. Is het een droom? Is het een hallucinatie? De man, gespeeld door regisseur Matsumoto Hitoshi, wil maar één ding: er uit!

Tegelijkertijd ontwikkelt zich een tweede verhaal waarnaar we regelmatig overschakelen. Een Mexicaanse worstelaar, met de schitterende naam Escargot Man, maakt zich op voor een belangrijke wedstrijd. Zijn dochter, een vloekende en kettingrokende non die in een pick-up truck scheurt, brengt hem er naartoe. Tegen het einde van de film komen de twee verhalen bij elkaar.

Het script van Symbol lijkt geschreven door een onder invloed van LSD verkerende Murakami. Alleen hij zou zulke absurde universa kunnen bedenken. Maar goed, Matsumoto kan het dus ook. Eerder maakte hij het al even ontregelende Dainipponjin, een film die uitgroeide tot een cultklassieker. Dat zal voor Symbol niet anders zijn. Ga op zoek naar de dvd, bak een spacecake en nodig je vrienden uit. Gegarandeerd een wereldavond.

Trailer Symbol

Filmfestival Rotterdam: Groeten uit Libanon

Filmfestival Rotterdam: Groeten uit Libanon

thursday | 11:35:00 | 04.02.10

Drie jaar duurde het eer regisseur Maoz het geld voor zijn oorlogsfilm Lebanon bij elkaar had gesprokkeld. Na Waltz With Bashir verschijnt er opnieuw een ijzersterke Israelische film over de verschrikkingen in Libanon.

Door René Passet

Gister zag ik mijn eerste kutfilm. Altijd lekker, want het leert je de films die je wel goed vond nog meer te waarderen. Ik zag er al een stuk of dertig, dus die eerste kutfilm kwam statistisch gezien rijkelijk laat. Het gaat om Police, Adjective, de Roemeense Oscar-inzending van dit jaar. Afgelopen mei won die film in Cannes al de persprijs, dus ik zal er wel geen reet van snappen. Maar de halve zaal liep leeg terwijl ik bleef zitten, samen met nog wat zuchtende volhouders. Allemaal hopend op een fantastisch einde. Zo'n slot dat een twee sterren-film ineens geweldig optrekt. Maar nee hoor. Als het de bedoeling van regisseur Corneliu Poromboiu was om de verveling van een urenlang postende agent over te brengen, dan is dat prima gelukt.

Schrapend staal
Gelukkig begon ik de dag met een fantastische film: het beklemmende Lebanon. Van het begin tot het eind gefilmd in de binnenkant van een tank, waar de olie (en later ook de soepcroutons en het bloed) van de wanden druipt, terwijl ze bezet Libanon anno 1982 binnentrekken.

Nee, de soundtrack is niet van The Human League. We horen vooral schrapend staal en de zoemende servo's van de telescoopvizier waarmee de boordschutter de vijandelijke omgeving in zich opneemt. We kijken met hem mee naar buiten en zien soldaten door een kapotgeschoten stad lopen, langs voorovergevallen lijken, kermende trekezels en huilende moeders. De soldaten zijn niet alleen piepjong, maar ook doodsbang.

Gezellig is anders. Maar zo moet het zijn, de afschuwelijke werkelijkheid van oorlog. "In Hollywoodfilms zie ik nooit angstige soldaten, maar dat is natuurlijk niet normaal", vindt regisseur Samuel Maoz, die zijn eigen oorlogservaringen verwerkte in het script. "Wie niet bang is in een dreigende oorlogssituatie, daar is een steekje bij los."

Maoz nam na afloop ruim de tijd om met de bezoekers van zijn film in discussie te gaan en vragen te beantwoorden. Dat blijft een van de leukste dingen van het Rotterdamse Filmfestival, waar de filmmakers zeer benaderbaar zijn en niet per witte limousine overal naar toe worden gereden.

Bosgeesten
Jammer dat de Thaise regisseur Pen-Ek Ratanaruang (6ixtynin9, Last Life In The Universe) niet in Rotterdam was om zijn nieuwste film Nympf toe te lichten. Een sensitieve, trage film over mysterieuze verdwijningen in het regenwoud waarbij de slachtoffers als geesten terugkeren. Of beeldt de achterblijvende echtgenote May zich slechts in dat haar man Nop weer op de bank ligt?

Ook in de verrassende Spaanse thriller Rabia zit een geest. Althans, zo kun je de zich in een groot landhuis verschuilende illegaal José Maria wel noemen. Nadat hij zijn baas op een bouwplaats van een steiger duwt, duikt hij onder in het huis waar zijn vriendinnetje Rosa voor twee rentenierende oudjes werkt. Maandenlang houdt José Maria zich onzichtbaar, terwijl hij tussen de ratten op zolder leeft, 's nachts eten uit de koelkast steelt en langzaam aftakelt. Zelfs zijn meisje weet niet dat hij vlak in de buurt is. Samen met het (eveneens Spaanse) Yo, Tambien is Rabia een van de aangename verrassingen van het IFFR. Dat je op je zoektocht naar filmpareltjes af en toe een kutfilm ziet, hoort bij het spel.

Trailer Lebanon