vrijdag 25 januari 2008

Filmfestival Rotterdam, dag 1

Filmfestival van start met Argentijns pareltje

De komende tien dagen is het leven van tienduizenden filmfreaks simpel. Even draait het leven maar om een paar vragen: wanneer draait mijn volgende film, hoe lang heb ik nog en zijn er nog kaartjes? Vanaf donderdag gaat het echt los, nu de openingsdag van het Filmfestival in Rotterdam achter ons ligt.

Gisteren was de aftrap van het Rotterdamse filmfestival. Het begin van het tiendaagse filmfestijn is altijd simpel en overzichtelijk. Er draaien op de openingsavond slechts twee films, eentje voor genodigden en eentje voor het publiek.

Omdat ik naast de kaartjes voor de publieksfilm Juno greep (die overigens begin deze week een Oscarnominatie in de wacht sleepte), werd het de Argentijnse film Cordero de Dios.

Nou was het in het verleden vaak genoeg zo dat de openingsfilm voor de hoogwaardigheidsbekleders (met opzet?) een hele pittige was. Terwijl het gepeupel een filmzaal verderop een topper als Brokeback Mountain of Sideways zag, moesten de BN-ers, filmbonzen en persmuskieten het vaak doen met iets moeilijks uit Wit-Rusland of Indonesië.

Gelukkig was dat dit jaar anders. Samen met de Rotterdamse burgemeester Opstelten, Victoria Koblenko en kersverse festivaldirecteur Ruther Wolfson zagen we een bloedmooie en integere Argentijnse film, waarin sterk geacteerd wordt en het verhaal onmiddellijk op gang komt. Binnen een paar seconden wordt er een oude kerel klem gereden, uit zijn auto getrokken en ontvoerd door bandieten.

Zijn kleindochter en haar moeder proberen vervolgens het losgeld bij elkaar te sprokkelen om vader (een welgestelde gepensioneerde dierenarts) vrij te krijgen.

Daarbij verspringt de film knap heen en weer tussen twee tijdperken, waardoor langzaam duidelijk wordt waarom de in Parijs wonende dochter zo laconiek is over het lot van haar vader.

Vaak kun je uit de eerste minuten al afleiden of het een goede film wordt. Zo ook bij Cordero de Dios, die begint met de kleindochter (toen nog een kleuter) die bij haar pa achterop de autobank ligt. Het is dan 1978, het jaar waarin dictator Videla het WK Voetbal binnenhaalde. Een datum ook die de meeste Nederlandse voetbalfans zich nog heel goed herinneren, al speelt het voetbal verder geen rol in deze film.

Maar goed, die achterbank dus. Pa (brillantine in het haar, vlassnorretje en bruin leren jekkie) paft er lustig op los, terwijl het meisje achterin een liedje neuriet. Onschuld.

Het is een ijzersterke scene, die bovendien heel herkenbaar is. Wie viel er vroeger niet in slaap op de achterbank, terwijl pappa en mamma naar huis reden, daar waar het veilig was?

Pappa is in dit geval echter op de vlucht voor de geheime politie en brengt z'n dochter in veiligheid op de ranch van opa. Mamma zit dan geboeid in de gevangenis.

Waarna we weer naar het heden schakelen, waar moeder en dochter bekvechten over het losgeld.

Door de spiegelvertelling ontrafelt het geheim zich langzaam en wordt pas halverwege de film duidelijk dat niemand ongeschonden uit het dictoriale verleden is gekomen. Ook opa niet.

Cordero de Dios van de 33-jarige Lucía Cedrón is onderdeel van de Tiger Awards-competitie. Daarin strijden vijftien jonge, talentvolle regisseurs om een geldprijs. Nu heb ik natuurlijk de overige films nog niet gezien, maar Cordero de Dios is beslist een ijzersterk debuut en beslist een kanshebber.

Het is ook een hele persoonlijke film, als je weet dat Cedróns eigen vader in mei 1980 onder verdachte omstandigheden op het politiebureau stierf.

Cordero de Dioss draait nog op vrijdag 25 januari om 13.30 uur in Pathe 5, op zaterdag 26 januari om 15.45 uur in Pathe 4 en op zaterdag 2 februari om 19.00 uur in Pathe 1.

Related links

» Cordero de Dios op de IFFR site
» Website Filmfestival