Superhelden en wietplanten
Het filmfestival Rotterdam nadert het slotweekend. Worden de films vreemder of zijn de hallucinaties in de filmstoel verklaarbaar door het chronische gebrek aan slaap? Ooit een laffe superheld in een paars broekje door Tokyo zien lopen? In Dai-Nipponjijn is alles mogelijk.Gisteren eindigde ik in de Luxor. Waarin ik bij het binnengaan van de bioscoop oordopjes kreeg uitgereikt. Vreemd, zou je denken. Maar de verzamelde films van de Amerikaanse regisseur Cameron Jamie zouden worden begeleid door de post-grungeband The Melvins (van wie Nirvana de fijne kneepjes later zou afkijken). 'Warning, extremely loud performance', stond er op briefjes aan de muren te lezen.
Binnen had iedere derde bezoeker een flesje bier in zijn of haar handen. Het publiek vanavond was ook beduidend jonger dan de reguliere filmfestivalgangers die je overdag tegenkomt in de gangen van Pathé of Cinerama.
In die laatste bioscoop had ik zojuist de film Help Me Eros gezien. Een prachtige film uit Taiwan over een jonge beurshandelaar die al z'n geld verliest en zich daarna vol passie op het kweken EN oproken van wietplanten stort. Mind you, in Taiwan is het drugsbeleid een stuk minder liberaal dan hier in Nederland.
Het is te hopen dat er iemand zo dapper is om Help Me Eros uit te brengen in de Nederlandse bioscopen, want het is een van de beste films die tot nu toe heb gezien. Het verhaal is tegelijkertijd magisch, tragisch en grappig. Zo zit er een hilarische scène in waarbij de hoofdpersoon z'n hoofd uit het autodak steekt terwijl hij een snelheidsovertreding maakt. Samen met z'n nieuwe vriendinnetje zwaait hij vrolijk naar de flitsende politiecamera. Lef of levensmoe?
Aan de prachtig gekaderde scènes kun je duidelijk dat regisseur Lee Kang-Shen het vak leerde van de grote meester Tsai Ming-Liang. Werkelijk ieder shot in Help Me Eros is een plaatje, zo mooi.
Eerder deze week zag ik een andere Aziatische film die waarschijnlijk na afloop van het filmfestival nooit meer in Nederland te zien zal zijn: Dai-Nipponjijn. Niet alleen de titel is maf. Van de 25 films die ik tot nu toe zag, is Dai-Nipponjijn beslist de grappigste, vreemdste en origineelste.
Het eerste kwartier van de film is er nog niets aan de hand. Je kijkt naar een documentaire waarin een interviewer (die consequent buiten beeld blijft) allerlei vragen stelt aan een man van middelbare leeftijd met lang sluik haar, een ijsmuts op en een voorliefde voor opvouwparaplu's. "Ik hou van dingen die alleen groot worden als je daarom vraagt", geeft hij als verklaring.
Lang blijft onduidelijk waarmee de man precies de kost verdient. Wel dat z'n buren niet zo blij met hem zijn, getuige de vele stenen tegen z'n ruit en de graffiti op de muren.
Pas als de man een 'oproep' krijgt, komt de aap uit de mouw. Hij blijkt een superheld, die in krachtcentrales door het leger onder stroom wordt gezet waarna hij uitgroeit tot 'Mister Big Japan (Dai-Nipponjijn) en gevaarlijke monsters moet bestrijden die regelmatig opduiken in de binnenstad van Tokyo.
Vanaf dan wordt de film met de minuut hilarischer. Vooral omdat iedereen die voor de camera van de documentairemaker komt, doet alsof het de grootste zaak van de wereld is dat er een reus knokpartijen in de binnenstad. Maar ook omdat Dai-Nipponjijn eigenlijk een uitgebluste indruk maakt. Dai-Nipponjijn wordt al jarenlang uitgezonden op de nationale televisie, maar de sleet zit er in. Zelfs de kijkcijfers van de weerberichten zijn tegenwoordig hoger . Dapper is Dai-Nipponjijn al helemaal niet. Hij verslaat de monsters (waaronder een cycloop die bowlt met z'n eigen oog) meer bij toeval dan met pure kracht.
Dai-Nipponjijn is typisch zo'n film die je pas echt op waarde weet te schatten als je stoned bent. Of als je fan bent van de bizarre humor die Japanners hebben. Ik heb me in ieder geval helemaal gek gelachen, die avond in Luxor.
Waar ik dus woensdagnacht terecht opnieuw terechtkom. Terwijl een Oboema-lookalike z'n gitaar mishandelt en twee drummers zich in het zweet werken, mixt een VJ de maffe filmpjes van de Amerikaanse 'Filmmaker in Focus' Cameron Jamie door elkaar. We zien dikke veelvraten in een eetwedstrijd (Jo, 2004), worstelwedstrijden in de achtertuin (BB, 1998) en verontrustende Halloweenbeelden (Spook House, 2002). Het volume dat de Melvins samen met de Japanse noise-artiest Keiji Heino produceren is inderdaad oorverdovend. Maar ik ben na een dag films kijken wel toe aan een dosis decibellen.
Morgen meer over de prachtfilm Let The Right One In, waarin een 12-jarig vampiermeisje een winterdorpje in Zweden onveilig maakt.
Related links» Help Me Eros op IMDB» Dai-Nipponjijn op IMB » Cameron Jamie |
