woensdag 27 februari 2008

Olie is een smerig goedje

Een film over olie, is dat leuk? Wel als de regie in handen is van wonderkind Paul Thomas Anderson, de soundtrack van Radioheads Johny Greenwood komt en Daniel Day-Lewis de rol van z'n leven speelt. There Will Be Blood is net zo vreemd als magistraal. Hij draait vanaf donderdag 28 februari.

Tekst: René Passet

Al maanden bereiken ons berichten uit de Verenigde Staten dat de nieuwe film van Paul Thomas Anderson (Magnolia, Boogie Nights, Punch Drunk Love) helemaal de bom is. Laaiende recensies, een onwaarschijnlijk hoge rating op filmsite IMDB.com en acht Oscarnominaties, waarvan er trouwens maar 1 verzilverd werd: die van beste mannelijke hoofdrol.

Terecht, want de prestatie van hoofdrolspeler Daniel Day-Lewis mag er zijn en werd in sommige recensies al vergeleken met de beste rollen van Marlon Brando, Jack Nicholson en Al Pacino. Dan kan je wat.

Er zijn nogal wat parallellen met die andere grote Amerikaanse film die momenteel in de bioscopen draait: No Country For Old Men, van de gebroeders Coen. Allebei de films spelen zich af in de woestijn. Allebei ook belichten ze de 'struggle' van de echte Amerikanen.

Maar waar de Coens de jaren tachtig kozen, draaide al Thomas Anderson de klok een volle eeuw terug. Naar de periode waarin de eerste gelukzoekers naar het westen trokken, op zoek naar zilver en olie.

Gebroken enkel

Andersons epos begint bovendien gewaagd. Gedurende het eerste kwartier wordt er geen woord gesproken. We zien hoofdrolspeler Daniel Plainview (Day-Lewis) eenzaam naar zilver hakken in een mijnschacht. Als hij na een val van de ladder zijn enkel breekt, sleept hij zich eigenhandig terug naar de bewoonde wereld. De boodschap is duidelijk: dit is een man met het doorzettingsvermogen.

Maar ook een man die weinig scrupules heeft als het om het bereiken van zijn doel gaat: schatrijk worden. Aanvankelijk pakt hij iedereen (ook de kijker) in met z'n overtuigende verhaal en vriendelijke snor. Totdat je doorkrijgt dat Plainview zijn zoontje H.W. vooral gebruikt als breekijzer bij lastige zakelijke besprekingen.

Zo gaat hij na een tip van de jonge Paul Sunday langs bij de boerenfamilie om zogenaamd te kamperen. Voor een schijntje verwerft Plainview de rechten om naar olie te mogen boren.

Waarna hij te maken krijgt met de broer van Paul, de jonge dominee Eli. De ronduit enge Eli praat als een kruising tussen de dominee uit Carnivale en Willy Wonka en is net zo fanatiek als oliebaron Plainview

Tussen de twee ontspint zich een jarenlang durende, sluimerende vete. Allebei zijn ze opportunist, gretig naar geld, olie of macht. "Will the new road lead to the church?" wil Eli tijdens een dorpsvergadering weten van Plainview. Vanzelfsprekend", is zijn antwoord. Alleen, die weg komt er nooit. Zoals wel meer beloftes gebroken worden. De confrontaties tussen Eli en Daniel Plainview vormen het hart van de film en leiden uiteindelijk tot een fascinerend slot, dat niet iedereen zal aanspreken maar aankomt als een mokerslag.

Vuurspugende oliebron

Met There Will Be Blood heeft de veelzijdige Paul Thomas Anderson (PTA voor z'n fans) zich opnieuw overtroffen. Na de kikkerregen in Magnolia, de marktwaarde van een stijve in Boogie Nights en de versplinterde piano in Punch Drunk Love bevat ook zijn nieuwste film weer volop memorabele beelden. Met dank aan de fantastische cameraman Robert Elswit, die meer dan eens voor onconventionele oplossingen koos. Zo zien we de ontmoeting tussen Daniel en z'n broer gefilmd vanachter de rug van Daniel. En bij zijn shots van een bulderende en vuurspugende oliebron voel je bijna de hitte op je huid branden, zo spectaculair zijn de beelden.

Voor vervreemding zorgt de aparte soundtrack van Radiohead-gitarist Johny Greenwood. Atonale, traag krassende gitaren worden afgewisseld met een vioolconcert van Brahms. Het effect is soms verbluffend creepy.

Is er dan niks aan te merken op There Will Be Blood? Een paar dingen dan. De film is met 160 minuten aan de lange kant. Bovendien neemt Anderson in zijn schetsmatig neergezette verhaal af en toe wel erg grote stappen en is het lastig te begrijpen waarom Plainview zo'n nare man is geworden.

Dat neemt niet weg dat je dit jaar waarschijnlijk weinig andere films zult zien die zo'n eigen sfeer hebben als dit duistere, dappere epos. De toekomst van onafhankelijke cinema is bij lieden als de Coens en PTA in goede handen.

De trailer bekijk je hier