vrijdag 5 september 2008

Breathe: Adem in, adem uit

Breath: Adem in, adem uit

Als je niet ademt, ga je dood. Maar als je in Zuid-Korea de doodstraf krijgt, ook. Want daar voeren ze de onherroepelijke straf nog altijd uit. Dat barbaarse vooruitzicht hangt als een donkere wolk boven Breath, de nieuwste film van de Aziatische regisseur Kim Ki-Duk.

Hoofdpersoon Jang Jin wacht in een dodencel gelaten zijn lot af. Hoewel, gelaten. Tot drie keer toe probeert hij zelfmoord te plegen door een afgeslepen tandenborstel in zijn keel te duwen. Breath begint er zelfs mee, met zo'n zelfmoordpoging. Het is een beklemmende scène. Een kale gevangenisvloer, krassen op de muur en een schreeuwende celmaat als het bloed tegen de cameralens spat.

Wie eerdere films van de Koreaanse regisseur Kim Ki-Duk zag, zoals Bin Jip, The Bow en het (in de filmhuizen en op festivals succesvolle) Spring, Summer, Fall, Winter & Spring, weet dat Kim zijn hoofdpersonen altijd in een vacuüm plaatst. De buitenwereld doet er niet toe in zijn films en het decor is immer klein.

Voor Breath koos Kim dus voor een gevangeniscel als belangrijkste speelruimte. Daar ontmoeten de twee hoofdpersonen elkaar in steeds uitbundiger decors. Waarover ik eigenlijk niet teveel moet verklappen. Hou het er maar op dat het vier seizoenen thema opnieuw een belangrijke rol speelt in deze film.

De tegenspeelster van Jin is een gekwetste vrouw, Yeon genaamd. Ze woont in een kleurloze buitenwijk van Taipeh, waar ze haar dagen doorbrengt met beeldhouwen, strijken en televisie kijken. Haar man houdt er een maîtresse op na, waardoor ze de gehele film niets tegen hem zal zeggen en stoïcijns haar eigen gang gaat.

De gevangen Jang Jin doet op zijn beurt ook zijn mond niet open. Waarschijnlijk een gevolg van de scherpe tandenborstels in zijn keel, al zal het praktische feit dat de Taiwanese steracteur Chang Chen geen woord Koreaans spreekt ook een rol spelen.

Dodencel
Met de dialogen beperkt tot een minimum moet de taal dus van het beeld komen. Laat dat nou juist Kim Ki-Duks sterke punt zijn. Weliswaar ligt de symboliek er soms iets te dik bovenop, de ervaren filmmaker weet met sterke shots en een slimme montage veel duidelijk te maken over het hoe en waarom van het handelen van zijn hoofdpersonen.

Met als belangrijkste vraag: wat bezielt een getrouwde vrouw om een relatie aan te knopen met een veroordeelde crimineel? En wat heeft hij eigenlijk voor vreselijks op zijn kerfstok dat hij in de dodencel zit? Op de tweede vraag krijgt de kijker pas in het slotakkoord antwoord. Voor de eerste moet je dieper in de psyche van Yeon duiken.

"Ik was vijf minuten dood toen ik negen was", is het eerste wat ze zegt tegen Jang Jin, als ze in een opwelling besluit hem op te zoeken in de gevangenis. Het blijkt dat de frêle vrouw als kind gepest en met haar hoofd onder water geduwd werd.

Daardoor kan ze zich inleven in de angsten van de ter dood veroordeelde en weet met haar uitbundige bezoekjes de juiste snaar te raken. Die ontmoetingen behoren tot de sterkste scènes van de film. Zit je de eerste twintig minuten naar een doorsnee gevangenisfilm te kijken, zodra Yeon en Jang elkaar ontmoeten in de door camera's gecontroleerde ontmoetingsruimte is er ineens spanning, humor en ontroering.

Kim Ki-Duks films draaien vaak over de grote thema's des levens, zoals vergelding, lust en bezinning. In Breath draait het allereerst om vergeving, compassie en het accepteren van je lot. Maar er zitten ook subtiele verwijzingen in naar thema's die in Zuid-Korea spelen. Zo wordt het houden van een maîtresse in veel Aziatische landen heimelijk geaccepteerd, terwijl homoseksualiteit (Jang deelt zijn cel met een jonge, jaloerse bewonderaar) nog grotendeels taboe is.

Daarnaast is Breath een pamflet tegen de doodstraf. Al krijgt het uitblazen van de laatste adem tegen het einde van Breath onverwacht een nieuwe betekenis. Kim Ki-Duk breidt met deze bijzondere en ongemakkelijke film zijn imposante oeuvre verder uit, zonder overigens nieuwe wegen in te slaan.